Мова
07 Лютого

Vorming van de sociale status van de werkende vrouwen in het officiële beleid van de Sovjet Unie

De jonge Sovjet staat is nu vooral herinnerd als een radicale repressieve machine. Deze opvatting is echter iets te simplistisch. In de jaren ’20, toen de SU een korte periode van relatieve economische vrijheid en bloei kende, voerde de overheid ook actief een vooruitstrevend beleid ten opzichte van de vrouwenemancipatie en arbeidsparticipatie. Er werd bovendien een nieuwe canon van vrouwelijkheid ‘gelanceerd’. Nergens in Europa waren er zo veel vrouwen in de politieke top en bestuursfuncties actief. Dit artikel onderzoekt vooral de omstandigheden, die de Sovjet overheid voor vrouwenarbeid creëerde om de vrouwen voor sociale productie te engageren door middel van sociale zekerheid en wetgeving.


Sovjet historiografie

Actoren die betrokken waren bij het ‘oplossen van de vrouwenvraagstuk’ tijdens de eerste jaren van de Sovjet Unie waren vooral de Communistische Partij en verschillende ambtenaren, zowel mannen als vrouwen. Dit soort korte publicaties werden vaak in grote oplagen uitgegeven. Daarin stond de officiële positie van de overheid ten opzichte de rol en plek van de vrouw in de economie en maatschappij vastgelegd. De nadruk lag op het creëren van een nieuw model van het dagelijks leven en het verhogen van het culturele- en onderwijsniveau. Deze publicaties waren vooral als propaganda bedoeld, wat wel typerend voor het tijdperk is. Toch zijn ze wél op een significante aantal statistische materialen gebaseerd.

De eerste gender-gerelateerde monografieën werden in de jaren ’30 en ’50 uitgegeven. Daarin werden vrouwen in de algemene context van industrialisering en socialisme geplaatst. In de jaren ’70 verloor men geleidelijk aan interesse in de kwesties rondom de organisatie van het arbeidsproces voor vrouwen, maar tegen de jaren ’80 werd de sociale en economische rol van de vrouw in de ‘maatschappelijk nuttige’ productie weer actueel. Tijdens deze periode maakte men eerste pogingen om deze transformaties en de gevolgen ervan voor de SU kritisch te beschouwen. Toen verscheen ook de term ‘gender’ voor het eerst in dit soort onderzoeken. In de jaren daarna werd de politieke en sociale rol van de vrouw aan het licht gebracht.

Het gender-equality model

Alle Sovjet publicaties en wetenschappelijke onderzoeken over de gender vraagstukken beweerden unaniem dat het bepalende aspect voor de realisatie van de gelijkheid van de rechten van vrouwen is hun participatie in het arbeidsproces. Arbeid is de basis voor vrouwelijke emancipatie en economische onafhankelijkheid. Arbeid leidt tot de persoonlijke ontwikkeling van de vrouw, vergroot haar rol in het sociale leven en gezin en geeft haar morele satisfactie [– aldus 1, 44-45]. Het idee, dat de vrouw zich anders kan realiseren dan door te werken, was er überhaupt afwezig in het Sovjet bewustzijn.

Toch was de betrokkenheid van vrouwen in de sociale productie niet door de emancipatie-kwestie veroorzaakt, maar door de noodzaak om de Sovjet economie te moderniseren, dringend van agrarische tot industriële productie overgaan. Dit soort radicale modernisatie ging vanzelfsprekend gepaard aan sociale convulsies.

Het model van gender-equality op het gebied van arbeid, die het overheidsbeleid in de SU en Oost-Europa bepaalde, werd door Marx, Engels en later Lenin samengesteld. Ten grondslag daarvan lag de idee, dat de vrouw ‘bevrijd’ moest worden van ‘huiselijke exploitatie’; voor de werkgelegenheid sector gold dat zij tot de status van de man ‘verheven’ moest worden. Volgens dit model gold de mannelijke status, zowel in de arbeidsomgeving, als binnen een gezin, als een voorbeeld, dat niet hoefde te worden aangepast. Integendeel, de vrouwen moesten daar ook aan voldoen – en de overheid spande zich wel in om deze emancipatie op gang te brengen.

Emancipatiebeleid

Ten eerste, werd de geslachtsgelijkheid via de wetgeving geformaliseerd. De legislatieve aktes, die de gelijkheid tussen mannen en vrouwen voor de werkgevers vastlegden, werden vrij snel achter elkaar aangenomen: in 1917 nam men de Resolutie ‘Inzake de vestiging van gelijke beloning van arbeid tussen mannen en vrouwen’ aan, en in 1918 het besluit ‘Over de lonen van de werknemers en ambtenaren in de Sovjet-instellingen’, waarin het minimum loon voor volwassen werknemers stond vastgelegd zonder dat er enig onderscheid tussen geslachten werd gemaakt.

Ten tweede, hoorde de economische zowel als disciplinerende functie van de familie uitgeroeid worden. Vrouw moest van de huishoudelijke arbeid bevrijd worden, aangezien men deze als ‘overbodig’ en ‘absoluut niet bijdragend aan vooruitgang’ labelde. Dit was vermoedelijk te bereiken door alle huishoudelijke taken van de vrouwen aan de ‘sociale productie’ (dat wil zeggen overheid) over te dragen. Aldus de bijbehorende redenering, streefde het socialisme naar de hoogst mogelijke ontwikkeling van de sociale productieve krachten, terwijl huishouding het minst productief van alle soorten arbeid was. Men overwoog zelfs een publieke vorm van de huishoudelijke organisatie. Er werd een netwerk van ‘eetzalen’ ontwikkeld. Bovendien besteedde men bijzondere aandacht aan het opzetten van kinderdagverblijven, vooral voor de kinderen onder 3 jaar. Dit soort kinderdagverblijven, is nog steeds de gewoonste zaak van de wereld in de post-Sovjet ruimte. Speciale lange-termijn 24-uur kinderdagverblijven kregen de prioriteit – zo werden de vrouwen dan geacht om meer tijd aan de arbeid en ‘culturele groei’ te besteden. Het plan was om ook nog een netwerk van grote communale mechanische wasserijen bij de woonblokken op te zetten, en daarnaast naai- en reparatiekantoren, ezv., maar daar kwam men toch niet helemaal aan toe.

Dit alles, zoals al gezegd, sloot aan bij de laatste belangrijkste stap: maximale engagement van vrouwen in de sociale productie. Volgens het Sovjet postulaat waren dus mannen en vrouwen, vrij van huishoudelijke taken, op het professionele domein gelijk. Niettemin, ongehoord voor die tijd, kregen de vrouwen een aantal privileges rondom de periodes van zwangerschap en bevalling.

Arbeidswetten voor vrouwen

Sinds 1917 kregen de vrouwen recht op zwangerschapsverlof: 16 weken met [de bewaring van] hun volledige salaris – dit was het langste zwangerschapsverlof ter wereld, dat zo nodig in overleg met de doctor verlengd kon worden. Dit verlof telde niet als een jaarlijks verlof, want dat kon ook nog 6 tot 8 weken extra verlengd worden. Elke werkende zwangere vrouw had het recht op materiele hulp voor het kopen van babyvoeding, kleding of, in het geval van overlijden van het kind, voor begrafenis. Vrouwen, die na de bevalling arbeidsongeschikt werden, kregen garantie op een baan in dezelfde organisatie waar ze voorheen werkten, of, als ze niet meer konden werken, de volledige vergoeding van hun salaris. Tijdens de laatste maanden van zwangerschap werden vrouwen transfered to more simple jobs met behoud van hun eerdere salaris voor een halve jaar. Daarnaast was het ook verboden om de zwangere vrouwen op zakenreizen zonder hun instemming te sturen.

In 1917 werd ook het decreet ‘Over de achturige werkdag’ aangenomen, dat bepaalde beperkingen op het werk van vrouwen in over- en nachturen oplegde. Zwangere vrouwen en personen onder de 18 jaar mochten niet in nachturen werken en de werkdag voor meisjes tussen de 16 en 18 jaar moest niet langer dan 6 uren zijn.

In 1922 werden de arbeidswetten in de verschillende Sovjetrepublieken geünificeerd en uitgebreid [3, 751]. Zo mochten vrouwen niet aangenomen worden op banen, die met het regelmatig dragen en verplaatsen van goederen zwaarder dan 10 pond (4,1 kg) te maken hadden. Het dragen van de goederen, die wel onder deze limiet vielen, mocht alleen als het niet meer dan 1/3 van alle uren in beslag nam. Toch was het werk van vrouwen in onder andere industrie, behalve de schadelijke en gevaarlijke banen, wel toegestaan en gestimuleerd. Typisch is bijvoorbeeld dat de operators van landbouwmachines waren vaak vrouwen. In de steden waren er bovendien heel veel vrouwelijke bestuurders van trams en trolleybussen – dit vooral doordat de maatregelen tegen alcoholisme onder mannen, hoe streng dan ook, beslist niet werkten. Daarnaast kregen vrouwen nog een ‘cadeau’ van de Volkscommissariaat voor Arbeid in 1926: op 8 maart, de Internationale Vrouwendag, mochten zij 2 uur eerder hun werk verlaten. Dit laat wel duidelijk zien dat het huishoudelijke werk toch verre van geëlimineerd waren. Na de eerste radicale jaren van de Sovjet Unie begon het standpunt van de overheid te veranderen en weer steeds traditioneler te worden.

Gelijkheid in de praktijk

De economische boost van de jaren ’20 heeft wel de gewenste kardinale verandering op het gebied van vrouwelijke werkgelegenheid teweeggebracht. Het aandeel van vrouwen werkzaam in de industrie verdubbelde. De redenen die dit emancipatiebeleid tot stand hebben gebracht waren wel pragmatisch en utilitaristisch van aard. Het systeem van staatssteun voor zwangere vrouwen is een opmerkelijke sociale prestatie van de Sovjet Unie, maar dit was alleen voor de werkende vrouwen bedoeld. Bovendien kregen niet alle vrouwen evenveel (geld)hulp.

Op het juridisch niveau werd alle discriminatie tussen mannen en vrouwen daadwerkelijk opgeheven. Werkende vrouwen kregen ook politieke rechten, gelijk aan de mannen. Veel vrouwen maakten daar ook gebruik van en werden actief in de politiek – zoals, bijvoorbeeld, Polina Zjemtsjoezjina, die na een schitterende carrière de eerste vrouwelijke volkscommissaris (dat wil zeggen minister) werd in 1939. Toch geldt dit niet voor de meerderheid. De partijleiding vond, dat de vrouwen niet in staat waren om net zo goed gebruik van hun rechten te maken als mannen. Aan het begin van de jaren ’20 waren er twaalf miljoen analfabetischen alleen in de Oekraïense SSR. Acht miljoen daarvan waren vrouwen – dat wil zeggen 75% van het totale aantal. Daardoor was het aandeel van vrouwen-arbeiders in de proletarische beweging relatief gering. Dit gaf de bolsjevikkenleiders de aanleiding om de vrouwen als een ‘lagere’, cultureel ahterlijke laag van de bevolking te spreken – vandaar ook de nadruk op vrouwelijke ‘culturele groei’ en educatie (die trouwens wel goed toegankelijk was) in het officiële beleid.


Natalia Zemzuylina Geschiedenis (PhD), Decaan Instituut van Geschiedenis en Filosofie aan de Nationale Universiteit van Tsjerkasi, Oekraïne

Olga Morozova (1994), geboren in Tsjerkasi (Oekraïne), studeert Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen en neemt deel aan het honoursprogramma van de Faculteit Letteren. Co-auteur van ‘Oekraïne te midden van de Russisch-Westerse sanctiewedloop’, Internationale Spectator (2015).

Literatuur

  1. Чирков П.М. Решение женского вопроса в СССР (1917-1937 гг.). - М.: Мысль, 1978.;Творческое развитие ленинского учения о построении социализма.-Харьков: Изд-во Харьков. ун-та, 1987.; Во главе строительства нового общества. Исторический опыт деятельности КПСС в переходный период / Отв. ред. В.М.Иванов: Мысль, 1988.; Женщины мира в борьбе за социальный прогресс. М.: Мысль, 1972. Бут А.Н. Организация управления промышленностью Украины в 1921-1941 гг. //Автореф. дисс. ... д-ра ист. наук.-К., 1991.- 32с.
  2. Олейник Н.Н. Деятельность Коммунистической партии по укреплению Советов (1921-1025) / Н.Н. Олейник.-Харьков: Изд-во Харьков. ун-та, 1989; Якунин В.К. Становление и развитие историко-партийной науки на Украине. Октябрь 1917 - вторая половина 30-х годов. //Автореферат ... доктора ист. наук.- К., 1989.- 30с.
  3. Красных Л.М. Партийное руководство совершенствованием управления промышленностью в период строительства социализма. 1926-1937 гг.: на материалах РСФСР/ Л.М. Красных.- Красноярск: Изд-во Красноярск. ун-та, 1986; Резник А.А. Коммунистическая партия - организатор соверен- ствования управления промышленностью в восстановительный период. 1921-1925 гг./ А.А. Резник. - Ленинград: Изд-во Ленинград. ун-та, 1986; Дя- тлова М.М. КПСС, рабочий класс и управление производством (методология и историография проблемы) / М.М Дятлова.- Ленинград: Изд-во Ленинград. ун-та, 1987; Касьянов Г.В. Українська інтелігенція 1920-х - 30-х років: соціальний портрет та історична доля/ Г.В Касьянов. - К., 1992 - 234с.
  4. Гимпельсон Е.Г. Великий Октябрь и становление советской системы управления народным хозяйством (ноябрь 1917-1920 гг.)/ Е.Г. Гимпельсон -М.: Наука, 1977- 465с.
  5. Шейла Фицпатрик. Повседневный сталинизм. Социальная история Советской России в 30-е годы: город/ Шейла Фицпатрик - М.: Росспэн, 2001. - 336 с.
  6. Шарова Т. П. Вовлечение женщин в восстановление промышленности (1921 - 1925): опыт Компартии Украины // Дис. … канд. ист. наук. - Одесса, 1990. - 187 с.
  7. Труд, семья, быт советской женщины / Авт. Кол.: С.В. Поленина и др. - М.: Юрид. лит., 1990. - 432 с.
  8. Центральний державний архів громадських об’єднань України - Ф.1. - Оп.6. - С.555. - Лл.1 -28.
  9. Кириллова М.В., Семке Н.Н Участие советских женщин в управлении обществом / М.В. Кириллова, Н.Н Семке. - К.: Знание, 1984. - 167 с.
  10. Российский государственный архив социально- политической истории - Ф.17. - Оп.10. - Д.109. – Л.л. 12 - 19.
Автор: Natalia Zemzyulina, Olga Morozova
De jonge Sovjet staat is nu vooral herinnerd als een radicale repressieve machine. Deze opvatting is echter iets te simplistisch. In de jaren ’20, toen de SU een korte periode van relatieve economische vrijheid en bloei kende, voerde de overheid ook actief een vooruitstrevend beleid ten opzichte van de vrouwenemancipatie en arbeidsparticipatie. Er werd bovendien een nieuwe canon van vrouwelijkheid ‘gelanceerd’. Nergens in Europa waren er zo veel vrouwen in de politieke top en bestuursfuncties actief. Dit artikel onderzoekt vooral de omstandigheden, die de Sovjet overheid voor vrouwenarbeid creëerde om de vrouwen voor sociale productie te engageren door middel van sociale zekerheid en wetgeving.


Sovjet historiografie

Actoren die betrokken waren bij het ‘oplossen van de vrouwenvraagstuk’ tijdens de eerste jaren van de Sovjet Unie waren vooral de Communistische Partij en verschillende ambtenaren, zowel mannen als vrouwen. Dit soort korte publicaties werden vaak in grote oplagen uitgegeven. Daarin stond de officiële positie van de overheid ten opzichte de rol en plek van de vrouw in de economie en maatschappij vastgelegd. De nadruk lag op het creëren van een nieuw model van het dagelijks leven en het verhogen van het culturele- en onderwijsniveau. Deze publicaties waren vooral als propaganda bedoeld, wat wel typerend voor het tijdperk is. Toch zijn ze wél op een significante aantal statistische materialen gebaseerd.

De eerste gender-gerelateerde monografieën werden in de jaren ’30 en ’50 uitgegeven. Daarin werden vrouwen in de algemene context van industrialisering en socialisme geplaatst. In de jaren ’70 verloor men geleidelijk aan interesse in de kwesties rondom de organisatie van het arbeidsproces voor vrouwen, maar tegen de jaren ’80 werd de sociale en economische rol van de vrouw in de ‘maatschappelijk nuttige’ productie weer actueel. Tijdens deze periode maakte men eerste pogingen om deze transformaties en de gevolgen ervan voor de SU kritisch te beschouwen. Toen verscheen ook de term ‘gender’ voor het eerst in dit soort onderzoeken. In de jaren daarna werd de politieke en sociale rol van de vrouw aan het licht gebracht.

Het gender-equality model

Alle Sovjet publicaties en wetenschappelijke onderzoeken over de gender vraagstukken beweerden unaniem dat het bepalende aspect voor de realisatie van de gelijkheid van de rechten van vrouwen is hun participatie in het arbeidsproces. Arbeid is de basis voor vrouwelijke emancipatie en economische onafhankelijkheid. Arbeid leidt tot de persoonlijke ontwikkeling van de vrouw, vergroot haar rol in het sociale leven en gezin en geeft haar morele satisfactie [– aldus 1, 44-45]. Het idee, dat de vrouw zich anders kan realiseren dan door te werken, was er überhaupt afwezig in het Sovjet bewustzijn.

Toch was de betrokkenheid van vrouwen in de sociale productie niet door de emancipatie-kwestie veroorzaakt, maar door de noodzaak om de Sovjet economie te moderniseren, dringend van agrarische tot industriële productie overgaan. Dit soort radicale modernisatie ging vanzelfsprekend gepaard aan sociale convulsies.

Het model van gender-equality op het gebied van arbeid, die het overheidsbeleid in de SU en Oost-Europa bepaalde, werd door Marx, Engels en later Lenin samengesteld. Ten grondslag daarvan lag de idee, dat de vrouw ‘bevrijd’ moest worden van ‘huiselijke exploitatie’; voor de werkgelegenheid sector gold dat zij tot de status van de man ‘verheven’ moest worden. Volgens dit model gold de mannelijke status, zowel in de arbeidsomgeving, als binnen een gezin, als een voorbeeld, dat niet hoefde te worden aangepast. Integendeel, de vrouwen moesten daar ook aan voldoen – en de overheid spande zich wel in om deze emancipatie op gang te brengen.

Emancipatiebeleid

Ten eerste, werd de geslachtsgelijkheid via de wetgeving geformaliseerd. De legislatieve aktes, die de gelijkheid tussen mannen en vrouwen voor de werkgevers vastlegden, werden vrij snel achter elkaar aangenomen: in 1917 nam men de Resolutie ‘Inzake de vestiging van gelijke beloning van arbeid tussen mannen en vrouwen’ aan, en in 1918 het besluit ‘Over de lonen van de werknemers en ambtenaren in de Sovjet-instellingen’, waarin het minimum loon voor volwassen werknemers stond vastgelegd zonder dat er enig onderscheid tussen geslachten werd gemaakt.

Ten tweede, hoorde de economische zowel als disciplinerende functie van de familie uitgeroeid worden. Vrouw moest van de huishoudelijke arbeid bevrijd worden, aangezien men deze als ‘overbodig’ en ‘absoluut niet bijdragend aan vooruitgang’ labelde. Dit was vermoedelijk te bereiken door alle huishoudelijke taken van de vrouwen aan de ‘sociale productie’ (dat wil zeggen overheid) over te dragen. Aldus de bijbehorende redenering, streefde het socialisme naar de hoogst mogelijke ontwikkeling van de sociale productieve krachten, terwijl huishouding het minst productief van alle soorten arbeid was. Men overwoog zelfs een publieke vorm van de huishoudelijke organisatie. Er werd een netwerk van ‘eetzalen’ ontwikkeld. Bovendien besteedde men bijzondere aandacht aan het opzetten van kinderdagverblijven, vooral voor de kinderen onder 3 jaar. Dit soort kinderdagverblijven, is nog steeds de gewoonste zaak van de wereld in de post-Sovjet ruimte. Speciale lange-termijn 24-uur kinderdagverblijven kregen de prioriteit – zo werden de vrouwen dan geacht om meer tijd aan de arbeid en ‘culturele groei’ te besteden. Het plan was om ook nog een netwerk van grote communale mechanische wasserijen bij de woonblokken op te zetten, en daarnaast naai- en reparatiekantoren, ezv., maar daar kwam men toch niet helemaal aan toe.

Dit alles, zoals al gezegd, sloot aan bij de laatste belangrijkste stap: maximale engagement van vrouwen in de sociale productie. Volgens het Sovjet postulaat waren dus mannen en vrouwen, vrij van huishoudelijke taken, op het professionele domein gelijk. Niettemin, ongehoord voor die tijd, kregen de vrouwen een aantal privileges rondom de periodes van zwangerschap en bevalling.

Arbeidswetten voor vrouwen

Sinds 1917 kregen de vrouwen recht op zwangerschapsverlof: 16 weken met [de bewaring van] hun volledige salaris – dit was het langste zwangerschapsverlof ter wereld, dat zo nodig in overleg met de doctor verlengd kon worden. Dit verlof telde niet als een jaarlijks verlof, want dat kon ook nog 6 tot 8 weken extra verlengd worden. Elke werkende zwangere vrouw had het recht op materiele hulp voor het kopen van babyvoeding, kleding of, in het geval van overlijden van het kind, voor begrafenis. Vrouwen, die na de bevalling arbeidsongeschikt werden, kregen garantie op een baan in dezelfde organisatie waar ze voorheen werkten, of, als ze niet meer konden werken, de volledige vergoeding van hun salaris. Tijdens de laatste maanden van zwangerschap werden vrouwen transfered to more simple jobs met behoud van hun eerdere salaris voor een halve jaar. Daarnaast was het ook verboden om de zwangere vrouwen op zakenreizen zonder hun instemming te sturen.

In 1917 werd ook het decreet ‘Over de achturige werkdag’ aangenomen, dat bepaalde beperkingen op het werk van vrouwen in over- en nachturen oplegde. Zwangere vrouwen en personen onder de 18 jaar mochten niet in nachturen werken en de werkdag voor meisjes tussen de 16 en 18 jaar moest niet langer dan 6 uren zijn.

In 1922 werden de arbeidswetten in de verschillende Sovjetrepublieken geünificeerd en uitgebreid [3, 751]. Zo mochten vrouwen niet aangenomen worden op banen, die met het regelmatig dragen en verplaatsen van goederen zwaarder dan 10 pond (4,1 kg) te maken hadden. Het dragen van de goederen, die wel onder deze limiet vielen, mocht alleen als het niet meer dan 1/3 van alle uren in beslag nam. Toch was het werk van vrouwen in onder andere industrie, behalve de schadelijke en gevaarlijke banen, wel toegestaan en gestimuleerd. Typisch is bijvoorbeeld dat de operators van landbouwmachines waren vaak vrouwen. In de steden waren er bovendien heel veel vrouwelijke bestuurders van trams en trolleybussen – dit vooral doordat de maatregelen tegen alcoholisme onder mannen, hoe streng dan ook, beslist niet werkten. Daarnaast kregen vrouwen nog een ‘cadeau’ van de Volkscommissariaat voor Arbeid in 1926: op 8 maart, de Internationale Vrouwendag, mochten zij 2 uur eerder hun werk verlaten. Dit laat wel duidelijk zien dat het huishoudelijke werk toch verre van geëlimineerd waren. Na de eerste radicale jaren van de Sovjet Unie begon het standpunt van de overheid te veranderen en weer steeds traditioneler te worden.

Gelijkheid in de praktijk

De economische boost van de jaren ’20 heeft wel de gewenste kardinale verandering op het gebied van vrouwelijke werkgelegenheid teweeggebracht. Het aandeel van vrouwen werkzaam in de industrie verdubbelde. De redenen die dit emancipatiebeleid tot stand hebben gebracht waren wel pragmatisch en utilitaristisch van aard. Het systeem van staatssteun voor zwangere vrouwen is een opmerkelijke sociale prestatie van de Sovjet Unie, maar dit was alleen voor de werkende vrouwen bedoeld. Bovendien kregen niet alle vrouwen evenveel (geld)hulp.

Op het juridisch niveau werd alle discriminatie tussen mannen en vrouwen daadwerkelijk opgeheven. Werkende vrouwen kregen ook politieke rechten, gelijk aan de mannen. Veel vrouwen maakten daar ook gebruik van en werden actief in de politiek – zoals, bijvoorbeeld, Polina Zjemtsjoezjina, die na een schitterende carrière de eerste vrouwelijke volkscommissaris (dat wil zeggen minister) werd in 1939. Toch geldt dit niet voor de meerderheid. De partijleiding vond, dat de vrouwen niet in staat waren om net zo goed gebruik van hun rechten te maken als mannen. Aan het begin van de jaren ’20 waren er twaalf miljoen analfabetischen alleen in de Oekraïense SSR. Acht miljoen daarvan waren vrouwen – dat wil zeggen 75% van het totale aantal. Daardoor was het aandeel van vrouwen-arbeiders in de proletarische beweging relatief gering. Dit gaf de bolsjevikkenleiders de aanleiding om de vrouwen als een ‘lagere’, cultureel ahterlijke laag van de bevolking te spreken – vandaar ook de nadruk op vrouwelijke ‘culturele groei’ en educatie (die trouwens wel goed toegankelijk was) in het officiële beleid.


Natalia Zemzuylina Geschiedenis (PhD), Decaan Instituut van Geschiedenis en Filosofie aan de Nationale Universiteit van Tsjerkasi, Oekraïne

Olga Morozova (1994), geboren in Tsjerkasi (Oekraïne), studeert Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen en neemt deel aan het honoursprogramma van de Faculteit Letteren. Co-auteur van ‘Oekraïne te midden van de Russisch-Westerse sanctiewedloop’, Internationale Spectator (2015).

Literatuur

  1. Чирков П.М. Решение женского вопроса в СССР (1917-1937 гг.). - М.: Мысль, 1978.;Творческое развитие ленинского учения о построении социализма.-Харьков: Изд-во Харьков. ун-та, 1987.; Во главе строительства нового общества. Исторический опыт деятельности КПСС в переходный период / Отв. ред. В.М.Иванов: Мысль, 1988.; Женщины мира в борьбе за социальный прогресс. М.: Мысль, 1972. Бут А.Н. Организация управления промышленностью Украины в 1921-1941 гг. //Автореф. дисс. ... д-ра ист. наук.-К., 1991.- 32с.
  2. Олейник Н.Н. Деятельность Коммунистической партии по укреплению Советов (1921-1025) / Н.Н. Олейник.-Харьков: Изд-во Харьков. ун-та, 1989; Якунин В.К. Становление и развитие историко-партийной науки на Украине. Октябрь 1917 - вторая половина 30-х годов. //Автореферат ... доктора ист. наук.- К., 1989.- 30с.
  3. Красных Л.М. Партийное руководство совершенствованием управления промышленностью в период строительства социализма. 1926-1937 гг.: на материалах РСФСР/ Л.М. Красных.- Красноярск: Изд-во Красноярск. ун-та, 1986; Резник А.А. Коммунистическая партия - организатор соверен- ствования управления промышленностью в восстановительный период. 1921-1925 гг./ А.А. Резник. - Ленинград: Изд-во Ленинград. ун-та, 1986; Дя- тлова М.М. КПСС, рабочий класс и управление производством (методология и историография проблемы) / М.М Дятлова.- Ленинград: Изд-во Ленинград. ун-та, 1987; Касьянов Г.В. Українська інтелігенція 1920-х - 30-х років: соціальний портрет та історична доля/ Г.В Касьянов. - К., 1992 - 234с.
  4. Гимпельсон Е.Г. Великий Октябрь и становление советской системы управления народным хозяйством (ноябрь 1917-1920 гг.)/ Е.Г. Гимпельсон -М.: Наука, 1977- 465с.
  5. Шейла Фицпатрик. Повседневный сталинизм. Социальная история Советской России в 30-е годы: город/ Шейла Фицпатрик - М.: Росспэн, 2001. - 336 с.
  6. Шарова Т. П. Вовлечение женщин в восстановление промышленности (1921 - 1925): опыт Компартии Украины // Дис. … канд. ист. наук. - Одесса, 1990. - 187 с.
  7. Труд, семья, быт советской женщины / Авт. Кол.: С.В. Поленина и др. - М.: Юрид. лит., 1990. - 432 с.
  8. Центральний державний архів громадських об’єднань України - Ф.1. - Оп.6. - С.555. - Лл.1 -28.
  9. Кириллова М.В., Семке Н.Н Участие советских женщин в управлении обществом / М.В. Кириллова, Н.Н Семке. - К.: Знание, 1984. - 167 с.
  10. Российский государственный архив социально- политической истории - Ф.17. - Оп.10. - Д.109. – Л.л. 12 - 19.
" data-services="vkontakte,facebook,odnoklassniki,gplus,twitter">

Останні публікації

Женские профессии

Я действительно женщина и действительно работаю; но многого ли стоит мой опыт, трудно сказать. Моя профессия — литература; а в этой профессии трудностей для женщин меньше, чем во всех других, не считая только театра, — я имею в виду специфически женские трудности. Потому что дорога уже раньше была протоптана такими путницами, как Фанни Бэрни, Афра Бен, Гарриет Мартино, Джейн Остен, Джордж Элиот.

Автор: Вирджиния Вулф
Как устроен мозг: революционные знания

Подобные изменения в представлении ученых о том, что такое мозг и как он «работает», можно назвать поистине революционными. Дело в том, что долгое время человечеству внушались догмы о том, что наши способности и личные качества навсегда определены статикой мозговых структур. Кроме того, серьезно меняются сейчас и существовавшие ранее теории о завершении формирования мозга к 7 годам. В самом своем основании пошатнулись (и более уже не считаются единственно верными) мнения о коренных различиях мозга мужчин и женщин. В частности, было доказано, что формирование половых поведенческих стереотипов не имеет никакого отношения к физиологическим особенностям строения мозга у представителей разных полов.

Автор: Катрин Видаль — нейробиолог, директор по научным исследованиям Института Пастера, кавалер ордена Почетного легиона.
Екофемінізм: соціально-філософський огляд

Порушення екофеміністської тематики не є відкриттям ані для феміністського дискурсу сучасної західної філософії, ані для феміністської думки пострадянського простору. Однак сам по собі екофемінізм є досить новим об'єктом аналізу для вітчизняної соціальної філософії, який звертає на себе увагу тим, що формує уявлення не тільки про традиції, але і тенденції, перспективи розвитку сучасної (на сьогоднішній день в переважній мірі західної) цивілізації і культури.

Автор: Шевченко З.В. Екофемінізм: соціально-філософський огляд // Актуальні проблеми філософії та соціології . – Випуск 4. – Одеса: Національний університет «Одеська юридична академія», 2015. – С. 166 – 171.

Теги